maandag 23 maart 2020

Klitten op een kluitje

Zondagmiddag 22 maart halverwege de middag. De jaren 80 hits van Radio 10 schallen uit mijn IPad op een zonovergoten terras in mijn achtertuin. De slaapzak over mijn benen houdt de schrale oostenwind op afstand. De koolmeesjes vliegen af en aan en trekken zich geen bal aan van de 1,5 meter afstandsregel, laat staan van een samenscholingsverbod.

Alles lijkt in de tuin bij het oude maar niets is meer hetzelfde. De berichten over de ernst van deze Coronacrisis worden steeds herhaald, soms grimmiger en de roep om een totale lockdown luidt steeds harder.

Onzekerheid over wat nog wel en niet kan of verantwoord is lijkt te groeien.
Ik lag twee weken geleden met griep op bed, ben weer opgeknapt maar nog licht verkouden. Mag ik mijn kerngezonde moeder nu bezoeken mits ik op afstand blijf, niet nies en niet hoest? Mag ik mijn zoon, die uit voorzorg in thuisquarantaine zit, wel even naar de winkel sturen omdat hij zijn energie ook af en toe kwijt moet? Ik overdenk en peins en houd, zoals velen, de berichtgeving van deskundigen in de gaten. In deze tijd de enige personen met terechte autoriteit. 

De beelden van volle parken en bootcamps roepen ergernis op en leiden vanzelf naar een totaalverbod. Blijkbaar kan het niet anders en komt Rutte een dezer dagen met nog strengere maatregelen om het virus te vertragen.

Ondertussen gaat het thuiswerken door. Menig huiskamer is een plek geworden waar nu kantoor wordt gehouden. Waar de eettafel vol staat met laptops, die rond etenstijd weer verplaatst moeten worden. Waar partners plots een soort van collega's zijn geworden en waar ouders tussen het werk door hun kinderen moeten begeleiden met huiswerk. We zitten vaker op elkaars lip en moeten nog meer dan anders rekening houden met elkaar. Soms is dat goed voor een milde clash die even daarna weer wordt bekoeld.

Dat is dan maar even zo. 
Dat pubers schoppen tegen het thuisblijfverbod snap ik wel. Dat we uitgemaakt worden voor ouders die moeilijk doen kan ik ook nog hebben. Waar ik  moeite mee heb zijn de ouders, die lak hebben aan de maatregelen en schouderophalend hun kroost op zaterdagavond laten gaan om ze lekker met elkaar te laten chillen. Als ze de 1,5 meter in acht nemen is er toch geen vuiltje aan de lucht? Dat chillen in de praktijk niet veel anders is dan klitten op een kluitje zijn ze voor het gemak dan maar even vergeten. Het hamsteren van pleepapier is hier kinderspel bij. 

Dus helaas.... Een totale lockdown ? Kwestie van tijd 😪


woensdag 18 maart 2020

Reacties in diarreekleur


De Coronacrsis betekent voor veel collega’s thuiswerken. Nu we elkaar steeds minder fysiek kunnen benaderen wordt er nog meer dan anders gebruik gemaakt van de e-mail. Soms verloopt dat een beetje stroef. Tja, iedereen staat onder druk en dan worden de  lontjes wat korter, de tenen wat langer en de adem iets sneller. Iets met een kat in het nauw.  Zo gaat het nou eenmaal bij plotselinge veranderingen. Is ook niet zo erg. We begrijpen dat van elkaar en maken dat later met een charmante mail weer helemaal in orde als in ‘Sorry voor kort onpersoonlijk berichtje, super druk ….Hoe voel je je nu trouwens?’

Soms is het ook best gezellig, zo’n e-mailwisseling in crisistijd. Originele en sfeer verhogende  aanheffen als: ‘ Ha, voormalig grieppatiënt die uit voorzorg vanuit huis werkt…’. Of diep empathische reacties als: ‘Wat vervelend man. De gewone griep?’ Om vervolgens over te gaan in lichte ergernis: ‘ Was vandaag op het werk maar daar wil je ook niet zijn. Gestress en weinig mensen.’

En misschien ken je ze wel, vragen in een bepaalde kleur, waarop geantwoord wordt in een andere kleur. Om vooral controle en overzicht te houden. Nu er steeds meer over en weer gemaild wordt raken de standaardkleuren rood en blauw op en krijg je conversaties als: ’ Ik heb mijn antwoord hieronder geplakt en met deze diarreekleur aanvullende antwoorden gegeven’, ‘ Zie mijn reacties op jouw diarree kleur in het donkerrood’ en ‘ dan antwoord ik in iets roze, paars achtig’. 

Of de serieuze vraag : ‘En jij, druk met alle Corona perikelen?’ die uiteindelijk verzandt in ‘Ik denk zelfs dat ik het heb, ik ben op dit moment iedereen aan het besmetten.’  En na ‘Oh, maar dat schijnt weer goed te zijn voor de groepsimmuniteit’, valt het akelig stil. 

Het Whatsappje van mijn meest directe collega ‘Heel onwerkelijk, het soort film waar ik eigenlijk nooit naar durfde kijken’ typeert de ernst van deze Coronasituatie. Ernst is het zeker. Daarom gooi ook ik ‘m er ook maar eens in, het oprecht gemeende: ‘Pas goed op jezelf’.
Al dan niet donkerrood, roze, paarsachtig of vooruit, in diarreekleur. 






vrijdag 21 februari 2020

Hoop na haat

Ergens op de Duitse snelweg, richting Hannover. Berlijn ligt zo'n drie uur achter ons. Zoon Maarten achter het stuur, zoon Jochem ernaast en de ouwe lui achterin. De afgelopen dagen dompelden wij ons onder in de geschiedenis van de twee grote wereldoorlogen, het Nazisme, de Jodenvervolging, de Koude oorlog en het einde daarvan.

We liepen tussen de betonblokken van het Holocaustmonument, we bezochten het museum Topografie des Terrors bij een stukje overgebleven Berlijnse Muur. De beelden van opgepakte, vernederde, onschuldige mensen die nog minder werden behandeld dan beesten blijven, ook na 75 jaar, afschuwwekkend en misselijkmakend.

Mijn haatgevoelens waren springlevend bij het zien van de uniformen, de bordjes met 'Juden nicht erwünscht'. Ik rilde bij de ontreddering in de ogen en de inbeelding van het gekrijs van de slachtoffers. Maar ik was ook onder de indruk van de kracht van de Berlijnse vrouwen, die na de oorlog tussen de puinhopen zochten naar wat ooit was.

Na een tijdje rond te hebben gelopen in de nagebouwde bunker van Hitler en daar met terugwerkende kracht te worden geschokt door de gevolgen van de indoctrinatie van het Duitse Rijk, was het genoeg. 

Ik ben grootgebracht met verhalen over de oorlog. Mijn opa en oma zaten in het verzet. Mijn moeder bracht een groot deel van haar jeugd door met onderduikers in huis en zag de dode lichamen van twintig gefusilleerde dorpsgenoten in de sneeuw liggen. Mijn vader had interesse in alles wat met de oorlog te maken had en bezat een rijke collectie aan boeken en films. In elke vakantie bezochten wij een oorlogskerkhof of monument.

Niet vreemd dus dat dit doorwerkt in de volgende generaties. Mijn kennis is, in vergelijking met wat zoon Maarten allemaal weet over '40-'45 en daarna, te verwaarlozen. Maar dat ik een klein schakeltje mag zíjn in de kennisoverdracht is een mooie gedachte. En dat er nog steeds jonge mensen zijn die de verhalen en de geschiedenis opzuigen is hoopgevend. 

De ellende is vaak voor ons ver weg maar door de aanslag in Hanau worden we, dichtbij, met de neus op de feiten gedrukt. Wat kunnen we meer hebben dan hoop? Hopen op de massale afkeuring van discriminatie en moordpartijen. Hopen dat het besef doordringt dat minderheden de schuld geven van de problemen niet de oplossing is. Hoop op wijze wereldleiders en politici die de juiste keuzes weten te maken. 

En dat hoop de haat overwint. De haat, die ook ik de afgelopen dagen van binnen heb gevoeld.


zondag 16 februari 2020

Achter je vrouw aanhobbelen


Gisteravond zat ik in de Euroborg. Niet omdat ik plotseling bekeerd ben tot Koning Voetbal. Nee, ik was bij bioscoop Kinepolis. Samen met Peter, voor de film van Herman Finkers.

We zaten ruim, op de hoek van rij drie,  mét beenruimte. Bijna net als thuis, alleen het voetenbankje ontbrak.

Het stel, met name de vrouw, dat achter ons schoof was nogal prominent aanwezig. Het begon al toen zij haar jas uitdeed en tot twee keer toe respectievelijk Peters hoofd en schouder aantikte. Tijdens de saunareclame, die steeds op het scherm verscheen,  becommentarieerde ze de foto met jonge mensen in het bad. Dat beeld klopte volgens haar niet, want in de sauna zie je alleen maar zestigplussers. Vervolgens begon ze over haar voordeelpasje van het Kruidvat. Je deelt eerst al je gegevens voor kortingen en vervolgens zie je de producten een week later met korting in het schap liggen. Irritant dus. Ik stootte Peter aan en fluisterde: 'Dan neemt ze die pas toch niet?' 'Inderdaad, hou je snavel' was onze eensgezinde conclusie. Misschien dacht die man dat ondertussen ook wel maar hij hield zich, buiten wat gehum en gegiechel, op de achtergrond.

Tijdens de presentatie van nieuwe films ging het gekakel gewoon door. Toen er op het scherm een melding kwam dat storend gedrag in de bioscoop op een 06 nummer gemeld kon worden dachten wij hetzelfde. In plaats van over te gaan tot actie stootten we elkaar weer aan. Toen de hoofdfilm begon ebden haar woorden in de eerste seconden weg, nadat ik 'sssst' deed. Gewoon toeval natuurlijk.

De film gaat over een langdurige relatie met ingesleten patronen, die voor hoofdpersoon Jan, steeds meer als benauwd, worden ervaren. Hij durft niet te scheiden en in plaats daarvan doet hij zich voor als dement. Hij wordt opgenomen op een gesloten afdeling van een verpleegtehuis om op die manier van de extreme betutteling van zijn vrouw Gedda af te komen.

Een film vol humor en tragiek. Maar ook de liefde die daar doorheen sijpelt is kenmerkend voor hun relatie. Ondanks de last die Jan in zijn huwelijk ervaart blijft de liefde voor Gedda onomstotelijk.

'Hier heb je ook van die mannen, die achter hun vrouw aanhobbelen.' Het was Peters conclusie toen tijdens de pauze menig stel zich dorstig of uitgehongerd naar de shop begaf. Ik moest erg lachen om zijn scherpe observatie.

De film ging verder. Het bleef opmerkelijke stil achter ons. De vrouw was gegrepen door het thema van de film. De man zag zijn missie als geslaagd. 
Hij hoeft voorlopig geen Alzheimer te faken. 


donderdag 13 februari 2020

Vaag verhaal man


Lijn 183, 's ochtends even na achten. Richting Vinkhuizen -  Zernike.

Bij de halte Johan van Zwedenlaan stapt een jongen in. Jaar of dertien, rode capuchon. 'Mijn vader is naar Frankrijk gevlucht, ruzie met m'n moeder.' Het is het eerste wat hij zegt tegen de jongen die al eerder is ingestapt. Hij gaat verder : 'Mijn moeder is helemaal overspannen met twee kinderen. Maar ik wil later ook twee kinderen.'

De bus gaat de bocht om. De beide jongens praten verder over gezichtscrèmes. En over hun kapsel. Dat wil nooit wat zij willen, ook al gaat er een lading gel op.

'Ik was maandag nog vrij, ik had een lang weekend', zegt de capuchondrager. 'Naar je vader geweest?' vraagt zíjn maat. 'Nee, hij is gisteren pas weg gegaan', antwoordt hij.
'Echt een vaag verhaal man', klinkt het peinzend. De capuchondrager reageert met:  'Ik was bij Centerparcs. Vette glijbanen daar. En meteen  daaropvolgend: 'Ga je ook naar het schoolfeest?' 
'Weet ik nog niet. Berlijn wordt wel gaaf.'

Bij halte Metaallaan stapt het tweetal uit. Ik volg ze tot het schoolplein van de Leon van Gelder.
Ik loop verder richting mijn werk. Met een vaag verhaal. Het blijft de rest van de dag in mijn kop zitten. 

zaterdag 8 februari 2020

Wij doen geen zaken aan de deur


Wij doen geen zaken aan de deur. Dit staat op een bordje bij een huis uit mijn buurt en heeft altijd mijn aandacht als ik langs wandel.

Waarschijnlijk hebben de bewoners een paar keer een vervelende ervaring gehad en proberen zij verkopers en bekeerders op die manier op afstand te houden.

Die afstand lukt in mijn geval niet helemaal. Hoewel ik niets te verkopen of te bekeren heb kijk ik - júist vanwege dat bordje - extra naar binnen als ik langs wandel. Ik zie dan altijd een seniorman die aan een tafel zit. Soms met laptop, soms met krant.

Ik stap door.
Met mijn gedachten, bij het huis, het bordje en die man stap ik door.

Zou hij helemaal nooit gestoord willen worden? Durven collectanten nog aan te bellen of gaan ze zijn deur voorbij? En de kinderen met Sint Maarten, de voetballertjes met oliebollen, de jeugd voor Jantje Beton of met kinderzegels? Of geldt het bordje alleen voor de snelle jongens van het energiebedrijf?

Ik stap door.

Zou er een vrouw zijn? Of een vriend, vriendin, kind, kat of kanarie met wie hij wél zaken kan doen? Wil doen. Hoopt te doen?

Ik stap door maar wil terug.
Uitzoeken hoe het zit met de zaken op het bordje. Aanbellen en vragen. Maar ik weet niet of ik dan een zaak heb waar wél aan gedaan wordt. Nou ja, het zijn mijn zaken natuurlijk niet.

Stom bordje. 





vrijdag 31 januari 2020

Willen maar niet doen. En andersom

Drie jongens van een jaar of vijftien. Weggedoken in hun capuchon lopen ze tegen de wind in richting school. Ik fiets ze achterop. Een van het drietal doet een handopening. Een plastic zakje beweegt als een vlieger in de lucht.

Ik wil stoppen en de jongen aanspreken. Ik sta op het punt om tot actie over te gaan. Angst om uitgemaakt te worden voor zeikwijf heb ik niet. Het risico lopen om voor paal te staan is allang geen issue meer. Maar ik laat het en fiets door.

Ik wil iets maar doe het niet.

Thuis, in de kast, ligt een zakje met gesuikerde dropmix. Ik wil er niet steeds in graaien. Ik wil niet dat die onweerstaanbare dropjes met twee of drie tegelijk in mijn mond verdwijnen.

Ik wil iets niet maar doe het wel.