vrijdag 29 mei 2020

Los gaan op boa’s

Afgelopen woensdag demonstreerden de boa's in Amsterdam voor wapenstokken en pepperspray. De handhavers vinden dat zij onvoldoende zijn uitgerust om hun werk op een veilige manier te kunnen doen.

Sinds de coronacrisis hebben de boa’s er extra taken bij gekregen en worden ze erop afgestuurd om samenscholingen in parken en stranden in de kiem te smoren. Sommige mensen pruimen het niet dat een geel hesje hun vertelt wat wel en niet is toegestaan en vinden het nodig om agressief te reageren. We hebben allemaal de beelden kunnen zien van de muiterij op het strand bij IJmuiden, waarbij een handhaver met verwondingen naar het ziekenhuis moest.

Voer voor vooraanstaande columnisten als Özcan Akyol van het AD en Marcel van Roosmalen van het NRC en Radio 1. Beide heren keuren het inslaan op boa's af om vervolgens los te gaan op het beroep van deze handhavers. Akyol omschrijft hen als veredelde amateurs, minimaal geschoold,  communicatief ondermaats en niet getraind om adequaat op te treden. Van Roosmalen gaat nog een stapje verder door suggestieve vragen te stellen als 'waarom heb je dit willen worden, wat voor menstype ben je dan, ben je afgewezen bij de politieschool, moet je je laten gelden of heb je profileringsdrang?

Dergelijke neerbuigendheid draagt op geen enkele manier bij om het respect voor het beroep van boa's op een hoger niveau te krijgen. Iedereen verdient dit maar deze groep blijkbaar niet. Die mag je publiekelijk afbranden, naar beneden halen en in een hoek zetten. Overigens hadden beide heren zich ook beter in moeten lezen over het beroep, achtergrond en opleiding van de boa's voordat ze hun vernietigende oordelen de ether inslingerden.

Maar de boa's zijn in goed gezelschap.  Uit betrouwbare bron weet ik dat de meeste van hen niet onder de indruk zullen zíjn van de stigmatiserende benadering van zowel Akyol als van van Roosmalen. Zij krijgen namelijk regelmatig verbale drek over zich heen waarbij ze uitgescholden worden voor racist of neppolitie. Dat is niet fijn maar ze zijn getraind om hier nuchter en adequaat op te reageren. Iets waar de heren columnisten een voorbeeld aan kunnen nemen.

Het gebruik van wapenstokken en pepperspray laat ik in het midden. Dat is een discussie die ik graag aan de beroepsgroep overlaat. Maar juist gerenommeerde columnisten zouden het podium wat zij hebben positief in kunnen zetten in plaats van het negatieve imago, wat er toch al over de boa's heerst, alleen maar te voeden. 




vrijdag 1 mei 2020

Kappen met kwetsbaar

Je kunt geen krant openslaan of tv programma vinden zonder het woord kwetsbaar te lezen of te horen. Kwetsbare ouderen, kwetsbare kinderen, kwetsbare groepen, kwetsbare gezondheid.
In deze tijd zijn we met z'n allen kwetsbaar geworden en loopt iedereen een deuk of deukje op. Materieel of immaterieel. 

Maar ik heb iets tegen het woord 'kwetsbaar'. Omdat het mij te veel doet denken aan zielig in een hoekje wegkwijnen, hulpbehoevend zijn, afwachtend, apathisch. Maar vooral omdat het vaak anderen, de sterken, de instanties zijn die zogenaamde kanslozen bestempelen met de term kwetsbaar.

Natuurlijk zijn er mensen die om reden van gezondheid of andere mankementen minder goed mee kunnen komen. Niet aan de standaard voldoen van goed meedraaien in de maatschappij. Geen vangnet hebben of tussen wal en schip vallen. Misschien zijn er wel meer dan wij denken. Dat daar oog voor is is prima. Maar het woord kwetsbaar gaat nu zo'n eigen leven leiden. Eenzaam en zwak in een hopeloos leven. 

En even eerlijk. Wie noemt zichzelf kwetsbaar of wil zo worden aangesproken? Vaak zijn de zogenaamde kwetsbaren ijzersterk in wat ze wel kunnen omdat ze hun zwakten juist ontwikkelen, creatief in oplossingen zijn en prachtige verhalen en levenswijsheid met zich meedragen.

Kwetsbaarheid tonen is een heel andere tak van sport. Laten zien wat je niet zo goed kunt, je mindere kanten onder ogen zien en delen met een ander. Toegeven dat je een botte boer of een irritant wijf kunt zijn. Een flapuit of zwart wit. Dat maakt een persoon juist sterk.

Laten we met z'n allen wat meer kwetsbaarheid tonen en het  denigrerende woord 'kwetsbaar' niet meer gebruiken om individuen of groepen mee weg te zetten.




















maandag 27 april 2020

Apple, doe alsjeblieft of wij dom zijn!

Koningsdag 2020. Ik zit in mijn housepak, wijnrode jogger en grijze hoodie, naar oude edities van Koningsdag te kijken als mijn moeder belt. Ze heeft een melding op haar IPad gekregen. Ze leest 'm voor: Zoek mijn IPhone is uitgeschakeld op mijn Ipad. Als zoek mijn IPad is uitgeschakeld kan dit apparaat niet langer worden gevonden, in Verloren Modus worden gezet of op afstand worden gewist via icloud.com  / find of met IOS-app Zoek mijn Ipad.

Hoewel ze ditmaal het karakteristieke schijtziek, gedonder, gezever en woorden van gelijke strekking niet uitspreekt kan ik aan haar stem en toon horen dat ze er totaal klaar mee is. Dat dit niks voor ouwe mensen is, dat ze op moeten houden steeds dingen op haar IPad te zetten. Ik laat haar lekker los gaan. 

Volkomen terechte verontwaardiging overigens. Elektronicabedrijven kunnen nog best een slag maken als het om communicatie gaat. En beslist niet alleen voor ouderen. Degene die het bedacht heeft, heeft vast vol trots promotie gemaakt toen hij deze productie aan zíjn of haar manager liet zien. De inhoud van de tekst zal ook best de lading dekken. Punt is wel dat de meeste mensen niet een vreugdesprongetje zullen maken na het lezen van dergelijke melding. 

En dat is toch precies wat bedrijven als Apple wel moeten willen. Dat hun gebruikers snappen wat ze moeten doen in tijden van updates of andersoortige ongeregeldheden. Dat we na een keer goed lezen denken: 'Ah oké, nu moet ik even dit doen. Of laten. Of whatever'.

Wat misschien nog wel beter is is een gezellig, laagdrempelig nootje als in: Wij van Apple zijn weer wat aan het klooien. Uiteraard voor u, zodat het gebruik van onze apparaten nog gemakkelijker en vriendelijker zal zijn. Loop even naar uw buurjongen, bel uw kleindochter of hopelijk is er iemand anders in uw kennissenkring die u hier even fijn doorheen kan loodsen. Want wij kunnen ons best voorstellen dat u dit niet direct begrijpt. Maak u niet druk, het is niet erg, het komt allemaal goed. En ondertussen werken we aan duidelijke taal voor Dummies. 

Apple, zullen we het zo doen?



woensdag 22 april 2020

De citroen die corona heet

Zieke mensen, verlies, eenzaamheid, zaken die omvallen, haar dat steeds langer wordt, pensioengerechtigde zorgverleners die weer aan de slag gaan, handschoenen, mondkapjes, boze horecaondernemers, Rutte in een spagaat.

Mijn haar wordt grijzer, ik werk thuis en de sociale contacten zijn minimaal. Allemaal overheen te komen. Tot vanochtend rond een uurtje of 10 op kantoor.

Ik had er zin in. Het jaargesprek wat ik zou hebben met mijn leidinggevende had ik goed voorbereid. Duurzame inzetbaarheid was het hoofdonderwerp. Hoe ik mijn talenten optimaal kan benutten, hoe ik de toekomst zie, wat ik van mijn werk vind, wat ik nodig heb. Dingen waar je niet dagelijks over na denkt. Dit gesprek dwong mij er toe.

 Maar er kwam geen jaargesprek. Mijn leidinggevende, die tevens mijn directe collega is, moest mij iets vertellen. De papieren waarop ik had opgeschreven hoe ik mijn kennis en vaardigheden nog meer zou kunnen benutten legde ik op de tafel. Het hoge woord kwam er vrijwel direct uit: „Als gevolg van de crisis worden alle tijdelijke contracten  onder de loep genomen. Jouw contract kan niet worden verlengd."

Het was al eerder door mijn hoofd gegaan maar had ik het ook weer geparkeerd. ‘Het zal zo’n vaart niet lopen’. Niet helemaal als donderslag bij heldere hemel maar deze voelde ik niet aankomen. 16 juni is het einde oefening.

Het viel even stil. We wisten allebei dat dit niet was wat we voor ogen hadden. „Je past hier Ineke, dat weet iedereen hier. Gewoon domme pech.” De ogen van mijn collega werden vochtig. Het lukte me om de brok in mijn keel weg te slikken. Ik ging staan. Ik liep wat heen en weer. Toen volgde een fijn gesprek. Over hoe leuk we het samen hebben, hoe goed het gaat, hoe het nog beter zou
kunnen worden. Geen loze woorden, want het is waar en ik voel het. Dat blijft, ook al ga ik weg.

Het afgelopen jaar gaat in flarden voorbij. Korte filmfragmenten. De leuke contacten met collega’s. Jacolien, Elly, Anja, Marga, Ingrid, Ruud, Caroline, Ilona, Ria en Karin. En alle anderen die ik vergeet. De frustraties, de werkdruk, het werkplezier, het gewaardeerd worden, het idee dat je iets bijdraagt.

Een dezer dagen valt er bij al mijn collega’s, dus ook bij mij, een kaartje op de deurmat. Een opsteker van mijn werkgever waarin we bedankt worden voor onze inzet. Dat wij aandacht verdienen. We worden zorghelden genoemd.

Uiteraard met de beste intenties. Voor mij voelt het nu als een grote hap citroen. En dat mag van mezelf.

Ik heb voor hetere vuren gestaan en ik vind wel weer een ander weggetje. Geen reden voor paniek of om bij de pakken neer te gaan zitten.

Een paar keer goed slikken dus. Misschien een keer goed janken of boos worden. Maar op wie? Op de zure citroen dan maar. De citroen die corona heet. 




maandag 23 maart 2020

Klitten op een kluitje

Zondagmiddag 22 maart halverwege de middag. De jaren 80 hits van Radio 10 schallen uit mijn IPad op een zonovergoten terras in mijn achtertuin. De slaapzak over mijn benen houdt de schrale oostenwind op afstand. De koolmeesjes vliegen af en aan en trekken zich geen bal aan van de 1,5 meter afstandsregel, laat staan van een samenscholingsverbod.

Alles lijkt in de tuin bij het oude maar niets is meer hetzelfde. De berichten over de ernst van deze Coronacrisis worden steeds herhaald, soms grimmiger en de roep om een totale lockdown luidt steeds harder.

Onzekerheid over wat nog wel en niet kan of verantwoord is lijkt te groeien.
Ik lag twee weken geleden met griep op bed, ben weer opgeknapt maar nog licht verkouden. Mag ik mijn kerngezonde moeder nu bezoeken mits ik op afstand blijf, niet nies en niet hoest? Mag ik mijn zoon, die uit voorzorg in thuisquarantaine zit, wel even naar de winkel sturen omdat hij zijn energie ook af en toe kwijt moet? Ik overdenk en peins en houd, zoals velen, de berichtgeving van deskundigen in de gaten. In deze tijd de enige personen met terechte autoriteit. 

De beelden van volle parken en bootcamps roepen ergernis op en leiden vanzelf naar een totaalverbod. Blijkbaar kan het niet anders en komt Rutte een dezer dagen met nog strengere maatregelen om het virus te vertragen.

Ondertussen gaat het thuiswerken door. Menig huiskamer is een plek geworden waar nu kantoor wordt gehouden. Waar de eettafel vol staat met laptops, die rond etenstijd weer verplaatst moeten worden. Waar partners plots een soort van collega's zijn geworden en waar ouders tussen het werk door hun kinderen moeten begeleiden met huiswerk. We zitten vaker op elkaars lip en moeten nog meer dan anders rekening houden met elkaar. Soms is dat goed voor een milde clash die even daarna weer wordt bekoeld.

Dat is dan maar even zo. 
Dat pubers schoppen tegen het thuisblijfverbod snap ik wel. Dat we uitgemaakt worden voor ouders die moeilijk doen kan ik ook nog hebben. Waar ik  moeite mee heb zijn de ouders, die lak hebben aan de maatregelen en schouderophalend hun kroost op zaterdagavond laten gaan om ze lekker met elkaar te laten chillen. Als ze de 1,5 meter in acht nemen is er toch geen vuiltje aan de lucht? Dat chillen in de praktijk niet veel anders is dan klitten op een kluitje zijn ze voor het gemak dan maar even vergeten. Het hamsteren van pleepapier is hier kinderspel bij. 

Dus helaas.... Een totale lockdown ? Kwestie van tijd 😪


woensdag 18 maart 2020

Reacties in diarreekleur


De Coronacrsis betekent voor veel collega’s thuiswerken. Nu we elkaar steeds minder fysiek kunnen benaderen wordt er nog meer dan anders gebruik gemaakt van de e-mail. Soms verloopt dat een beetje stroef. Tja, iedereen staat onder druk en dan worden de  lontjes wat korter, de tenen wat langer en de adem iets sneller. Iets met een kat in het nauw.  Zo gaat het nou eenmaal bij plotselinge veranderingen. Is ook niet zo erg. We begrijpen dat van elkaar en maken dat later met een charmante mail weer helemaal in orde als in ‘Sorry voor kort onpersoonlijk berichtje, super druk ….Hoe voel je je nu trouwens?’

Soms is het ook best gezellig, zo’n e-mailwisseling in crisistijd. Originele en sfeer verhogende  aanheffen als: ‘ Ha, voormalig grieppatiënt die uit voorzorg vanuit huis werkt…’. Of diep empathische reacties als: ‘Wat vervelend man. De gewone griep?’ Om vervolgens over te gaan in lichte ergernis: ‘ Was vandaag op het werk maar daar wil je ook niet zijn. Gestress en weinig mensen.’

En misschien ken je ze wel, vragen in een bepaalde kleur, waarop geantwoord wordt in een andere kleur. Om vooral controle en overzicht te houden. Nu er steeds meer over en weer gemaild wordt raken de standaardkleuren rood en blauw op en krijg je conversaties als: ’ Ik heb mijn antwoord hieronder geplakt en met deze diarreekleur aanvullende antwoorden gegeven’, ‘ Zie mijn reacties op jouw diarree kleur in het donkerrood’ en ‘ dan antwoord ik in iets roze, paars achtig’. 

Of de serieuze vraag : ‘En jij, druk met alle Corona perikelen?’ die uiteindelijk verzandt in ‘Ik denk zelfs dat ik het heb, ik ben op dit moment iedereen aan het besmetten.’  En na ‘Oh, maar dat schijnt weer goed te zijn voor de groepsimmuniteit’, valt het akelig stil. 

Het Whatsappje van mijn meest directe collega ‘Heel onwerkelijk, het soort film waar ik eigenlijk nooit naar durfde kijken’ typeert de ernst van deze Coronasituatie. Ernst is het zeker. Daarom gooi ook ik ‘m er ook maar eens in, het oprecht gemeende: ‘Pas goed op jezelf’.
Al dan niet donkerrood, roze, paarsachtig of vooruit, in diarreekleur. 






vrijdag 21 februari 2020

Hoop na haat

Ergens op de Duitse snelweg, richting Hannover. Berlijn ligt zo'n drie uur achter ons. Zoon Maarten achter het stuur, zoon Jochem ernaast en de ouwe lui achterin. De afgelopen dagen dompelden wij ons onder in de geschiedenis van de twee grote wereldoorlogen, het Nazisme, de Jodenvervolging, de Koude oorlog en het einde daarvan.

We liepen tussen de betonblokken van het Holocaustmonument, we bezochten het museum Topografie des Terrors bij een stukje overgebleven Berlijnse Muur. De beelden van opgepakte, vernederde, onschuldige mensen die nog minder werden behandeld dan beesten blijven, ook na 75 jaar, afschuwwekkend en misselijkmakend.

Mijn haatgevoelens waren springlevend bij het zien van de uniformen, de bordjes met 'Juden nicht erwünscht'. Ik rilde bij de ontreddering in de ogen en de inbeelding van het gekrijs van de slachtoffers. Maar ik was ook onder de indruk van de kracht van de Berlijnse vrouwen, die na de oorlog tussen de puinhopen zochten naar wat ooit was.

Na een tijdje rond te hebben gelopen in de nagebouwde bunker van Hitler en daar met terugwerkende kracht te worden geschokt door de gevolgen van de indoctrinatie van het Duitse Rijk, was het genoeg. 

Ik ben grootgebracht met verhalen over de oorlog. Mijn opa en oma zaten in het verzet. Mijn moeder bracht een groot deel van haar jeugd door met onderduikers in huis en zag de dode lichamen van twintig gefusilleerde dorpsgenoten in de sneeuw liggen. Mijn vader had interesse in alles wat met de oorlog te maken had en bezat een rijke collectie aan boeken en films. In elke vakantie bezochten wij een oorlogskerkhof of monument.

Niet vreemd dus dat dit doorwerkt in de volgende generaties. Mijn kennis is, in vergelijking met wat zoon Maarten allemaal weet over '40-'45 en daarna, te verwaarlozen. Maar dat ik een klein schakeltje mag zíjn in de kennisoverdracht is een mooie gedachte. En dat er nog steeds jonge mensen zijn die de verhalen en de geschiedenis opzuigen is hoopgevend. 

De ellende is vaak voor ons ver weg maar door de aanslag in Hanau worden we, dichtbij, met de neus op de feiten gedrukt. Wat kunnen we meer hebben dan hoop? Hopen op de massale afkeuring van discriminatie en moordpartijen. Hopen dat het besef doordringt dat minderheden de schuld geven van de problemen niet de oplossing is. Hoop op wijze wereldleiders en politici die de juiste keuzes weten te maken. 

En dat hoop de haat overwint. De haat, die ook ik de afgelopen dagen van binnen heb gevoeld.