Dan maar even de trap op naar boven. Ik check de kamers. Geen teken van leven. Vreemd, haar auto staat er wel. Misschien is ze even aan de wandel? Maar ik ken mijn moeder. Met dit schijtweer gaat ze niet naar buiten als het niet hoeft.
Ik loop weer naar beneden. Halverwege de trap zie ik twee donkerblauwe laarsjes onder een hippe broek. Stokstijf als een standbeeld. Als ik verder loop kijken we elkaar recht in de ogen. Ik begin te lachen. „Ik hoorde gestommel en dacht: ’wat zullen we nou beleven' ”, zegt ze. „Waar zat je?” vraag ik. „Ik zat op de wc in de badkamer.” Daar had ik gekeken maar blijkbaar niet goed genoeg. „Nou, wat doen we voor leuks? Wil je thee?”, gaat ze verder.We lopen even naar de slaapkamer. „Dat je mij niet zag."
„Ik heb nog
steeds last van mijn kuit”, vertel ik. Ze pakt een tube smeersel uit de la en
zegt: „Dit smeer ik op mijn knie. Baat het niet, het doucht ook niet. Probeer
het maar een tijdje.” Ik ga op haar bed zitten. Met mijn broek op de enkels
wrijf ik de koele gel over mijn pijnlijke kuit. „Dat moet je hier niet doen”,
zegt ze. „Waar moet ik het dan wel doen?” vraag ik. „Nou, in de kamer, daar is
het warm”, grinnikt ze.
Even later zitten we aan de thee. Haar Instagramaccount moet opnieuw op haar IPad worden geactiveerd. Met een qr- code. Maar dan moet eerst Whatsapp worden geopend op haar telefoon. Dan naar Instellingen en via Whatsapp Web de code scannen. Zoals altijd zegt ze: „Ik ben te oud voor die ongein.” Zoals altijd bestrijd ik dat. Ze was al een heel eind. Alleen het laatste stapje maakte ik af.
Ze laat me een boek over onderduikverhalen zien en zegt: „Deze moet Maarten (mijn oudste zoon) ook eens lezen, ik zal het met Kerst tegen hem zeggen.” Ik vertel over de autobiografie ‘Uit het Zuiden’ van Carine Crutzen. Ik hoorde er over op de radio, op weg hier naartoe. Een verhaal over haar besef wees te zijn en welke herinneringen dit uit haar jeugd oproept. „Ik heb nog een boekenbon liggen, zullen we even bij Bruna kijken?”, stelt ze voor. Onder de paraplu lopen we richting de winkel. We staan even stil bij de kranten in het rek. „Oh, hier ligt nog een Dagblad met Dokter Denker. Die is (mijn) Peter gisteren vergeten te kopen”, zeg ik. „Je kunt die van mij wel meekrijgen”, reageert mijn moeder, terwijl ze over de drempel loopt. Maar dat vind ik niet zo’n goed idee.
Met het Dagblad, het boek van Crutzen en een boek over Ede Staal lopen we richting de HEMA. Mijn moeder wil graag warme handschoenen want ze heeft altijd koude handen. Ze koopt een paar zwarte. Ze lijken een beetje op die van mij. Ze doet ze direct aan. Na een broodje bij Bakker Feenstra gaan we weer naar huis. „Wat is het hier altijd lekker warm”, zeg ik als ik de kamer binnenstap. We kijken de aflevering van Zembla terug. Over de dubieuze kunstverkoop van de Oranjes. Na de uitzending klapt ze haar IPad dicht. „Dat ze zich niet schamen.", zegt ze.
Ik wil nog even naar de winkel voor een paar boodschappen. Samen rijden we naar de gloednieuwe mega AH op het voormalige terrein van de Prins Berhardhoeve. Een lange zoektocht in de winkel levert uiteindelijk bijna alles op wat ik moet hebben.
Even later zitten we aan de thee. Haar Instagramaccount moet opnieuw op haar IPad worden geactiveerd. Met een qr- code. Maar dan moet eerst Whatsapp worden geopend op haar telefoon. Dan naar Instellingen en via Whatsapp Web de code scannen. Zoals altijd zegt ze: „Ik ben te oud voor die ongein.” Zoals altijd bestrijd ik dat. Ze was al een heel eind. Alleen het laatste stapje maakte ik af.
Ze laat me een boek over onderduikverhalen zien en zegt: „Deze moet Maarten (mijn oudste zoon) ook eens lezen, ik zal het met Kerst tegen hem zeggen.” Ik vertel over de autobiografie ‘Uit het Zuiden’ van Carine Crutzen. Ik hoorde er over op de radio, op weg hier naartoe. Een verhaal over haar besef wees te zijn en welke herinneringen dit uit haar jeugd oproept. „Ik heb nog een boekenbon liggen, zullen we even bij Bruna kijken?”, stelt ze voor. Onder de paraplu lopen we richting de winkel. We staan even stil bij de kranten in het rek. „Oh, hier ligt nog een Dagblad met Dokter Denker. Die is (mijn) Peter gisteren vergeten te kopen”, zeg ik. „Je kunt die van mij wel meekrijgen”, reageert mijn moeder, terwijl ze over de drempel loopt. Maar dat vind ik niet zo’n goed idee.
Met het Dagblad, het boek van Crutzen en een boek over Ede Staal lopen we richting de HEMA. Mijn moeder wil graag warme handschoenen want ze heeft altijd koude handen. Ze koopt een paar zwarte. Ze lijken een beetje op die van mij. Ze doet ze direct aan. Na een broodje bij Bakker Feenstra gaan we weer naar huis. „Wat is het hier altijd lekker warm”, zeg ik als ik de kamer binnenstap. We kijken de aflevering van Zembla terug. Over de dubieuze kunstverkoop van de Oranjes. Na de uitzending klapt ze haar IPad dicht. „Dat ze zich niet schamen.", zegt ze.
Ik wil nog even naar de winkel voor een paar boodschappen. Samen rijden we naar de gloednieuwe mega AH op het voormalige terrein van de Prins Berhardhoeve. Een lange zoektocht in de winkel levert uiteindelijk bijna alles op wat ik moet hebben.
„Eigenlijk
is er niks aan die grote winkels”, zegt ze als we de auto weer opzoeken. Ik zet
haar af op 10 meter lopen van haar huis. „De groetjes aan iedereen”, hoor ik
haar nog zeggen als ze uitstapt. In de regen rijd ik naar Leek.
’s Avonds krijg
ik een berichtje van haar op mijn telefoon: ‘Je hebt je handschoenen en die
tube zalf op tafel laten liggen’. Tja. Dat zal ik wel gedaan hebben toen ik van
de chocola snaaide. Dat staat altijd zo uitnodigend op tafel en als je ervan
eet vergeet je de rest. In gedachten
zie ik haar blik waarin te lezen is dat ik altijd wel iets vergeet. En ik moet erom lachen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten