Een ritje vanaf de supermarkt. Uit de autoradio schalt: 'Somewhere only we know' van Keane. Mijn hand gaat richting de volumeknop en met mijn duim en wijsvinger draai ik 'm een kwartslag naar rechts. Het is een moment waarvan ik wil dat het niet voorbij gaat. Helaas is het stukje naar huis maar kort. Als ik op de parkeerplaats ben gearriveerd blijf ik nog even zitten. Zodra het liedje af is haal ik, met grote tegenzin, de sleutel uit het contact zodat ik niet in de verleiding kom om nog langer in de auto te blijven zitten.
Muziek kan mij in andere sferen brengen. Vaak word ik er blij van, soms melancholisch, verdrietig, opstandig, vastberaden, jaloers, hoopvol of me bewust van wat ik wel of niet heb, waar ik naar verlang of juist verafschuw. Zo zijn er ook veel vergeten nummers, die ik vroeger grijs draaide maar die je nu nagenoeg nooit meer hoort, althans niet op de zenders die ik luister.
Laatst kwam ik op een maandagochtend niet zo op gang. Ik kreeg een berichtje op mijn telefoon van iemand, die ik nog nooit ontmoet heb maar aan wie ik door een gemeenschappelijke vriendin virtueel gelinkt ben. Zij voelde mijn statische modus op telepathische wijze feilloos aan en liet mij weten dat ze naar de muziek van Matt Bianco luisterde. "More than I can bear!" typten we tegelijkertijd op onze telefoon. Ik zocht het nummer op en de stroompjes adrenaline in mijn aderen begonnen een eigen leven te leiden. Niet zo zeer omdat dit nou een vrolijk nummer is bij uitstek maar om de opbouw, de sfeer en de nostalgische lading van het liedje. Leuk om dit met een generatiegenoot te delen. Bijkomend voordeel was dat zij mij hiermee van de bank af kreeg en wist te voorkomen dat de was lag te verschimmelen in de machine.
Mijn blog gaat voornamelijk over bijzondere ontmoetingen en ervaringen met mensen maar ook over het leven in het algemeen
zaterdag 27 januari 2018
vrijdag 26 januari 2018
Ongewenste geluiden
‘Eigenlijk is het best
goor om de eetgeluiden van een ander aan te horen.’ Dat zei mijn middelste
zoon laatst toen we aan de avondmaaltijd zaten. Bij afwezigheid van zijn
oudste en jongste broer zat hij als enige bij mijn partner en mij aan tafel.
Hij was niet helemaal fit, had net even een tukje gedaan en had geen trek.
Omdat hij zelf niet at, bereikte onze 'hap, kauw en slik' sound zijn
gehoorgangen met een extra tandje volume.
De taco’s die op het menu stonden zorgden voor nog meer
Koekiemonsterachtig spektakel waardoor ik hem niet anders dan gelijk kon
geven.
In dit geval uitte mijn zoon zijn ongenoegen, omdat het kon. Hoe anders is dat als je soortgelijke geluiden hoort bij mensen die verder van je af staan en tegen wie je niet durft te zeggen dat je je daar aan stoort. Zo had ik jaren geleden een collega, die zijn neus op zo’n manier ophaalde dat hij zijn complete neusinhoud met bijgeleverd keelgeluid richting zijn hersens snoof. Zeker een paar keer per minuut en altijd tijdens de koffie of de lunch. Verkouden of niet, het produceren van dit geluid zat gewoon in zijn systeem. Ik werd er misselijk van maar was niet assertief genoeg om dat te uiten, dus onderging ik het.
Maar het kan nog erger. ’s Ochtends bij de bushalte zijn er wel eens jongens die het nodig vinden om op de tegels te spugen. Het spugen op zich is één ding maar vooral het geluid wat klinkt als het de tegel bereikt is niet te harden, ik ga er nog net niet van over mijn nek . En ook dat moet blijkbaar in de herhaling zodat de hele stoep binnen de kortste keren bedolven ligt onder vieze kwakjes. En waarom? Met hetzelfde gemak slikken ze het eigen mondvocht door en hoeft niemand zich te ergeren of zich ongemakkelijk te voelen. Helaas is dat niet het geval en heb ik nog een lange weg te gaan. Of ik bedenk een nieuwe #MeToo. Voor erkenning van grensoverschrijdende lichaamsgeluiden.
In dit geval uitte mijn zoon zijn ongenoegen, omdat het kon. Hoe anders is dat als je soortgelijke geluiden hoort bij mensen die verder van je af staan en tegen wie je niet durft te zeggen dat je je daar aan stoort. Zo had ik jaren geleden een collega, die zijn neus op zo’n manier ophaalde dat hij zijn complete neusinhoud met bijgeleverd keelgeluid richting zijn hersens snoof. Zeker een paar keer per minuut en altijd tijdens de koffie of de lunch. Verkouden of niet, het produceren van dit geluid zat gewoon in zijn systeem. Ik werd er misselijk van maar was niet assertief genoeg om dat te uiten, dus onderging ik het.
Maar het kan nog erger. ’s Ochtends bij de bushalte zijn er wel eens jongens die het nodig vinden om op de tegels te spugen. Het spugen op zich is één ding maar vooral het geluid wat klinkt als het de tegel bereikt is niet te harden, ik ga er nog net niet van over mijn nek . En ook dat moet blijkbaar in de herhaling zodat de hele stoep binnen de kortste keren bedolven ligt onder vieze kwakjes. En waarom? Met hetzelfde gemak slikken ze het eigen mondvocht door en hoeft niemand zich te ergeren of zich ongemakkelijk te voelen. Helaas is dat niet het geval en heb ik nog een lange weg te gaan. Of ik bedenk een nieuwe #MeToo. Voor erkenning van grensoverschrijdende lichaamsgeluiden.
donderdag 18 januari 2018
De kul van Blue Monday
Grijs, grijs en nog eens
grijs. Meer zie ik niet als ik naar buiten kijk. De januarimaand is al weer
mooi op haar helft en een zonnetje zou nu toch best welkom zijn. Ik kan een
enorme bewondering opbrengen voor deze mooie goudkleurige planeet. Van de week
nog toen ik haar in volle glorie in de vroege ochtend als een grote rode bol
aan de lage hemel zag staan.
Toch hebben de weersomstandigheden ‘an sich’ geloof ik weinig invloed op mijn gestel. Geen zon die mij uit de put kan trekken als ik daar eenmaal in terecht ben gekomen. Natuurlijk heb ik liever een stralende zomer dan een natte, miezerige variant maar bij een goeie depressie ben ik ‘m liever kwijt dan rijk. Net als fluitende vogels en goeie muziek, waar ik onder normale omstandigheden erg van kan genieten, kon ik tijdens mijn depressies niet aan mijn oren verdragen.
Toch hebben de weersomstandigheden ‘an sich’ geloof ik weinig invloed op mijn gestel. Geen zon die mij uit de put kan trekken als ik daar eenmaal in terecht ben gekomen. Natuurlijk heb ik liever een stralende zomer dan een natte, miezerige variant maar bij een goeie depressie ben ik ‘m liever kwijt dan rijk. Net als fluitende vogels en goeie muziek, waar ik onder normale omstandigheden erg van kan genieten, kon ik tijdens mijn depressies niet aan mijn oren verdragen.
Afgelopen maandag was het
'Blue Monday'. De derde maandag in januari zou volgens een Britse onderzoeker
de meest deprimerende dag van het jaar zijn. Grote onzin natuurlijk maar omdat
we er ons toch wel iets bij voor kunnen stellen trappen we er massaal in. Er
zijn zelfs tips opgesteld hoe je deze dag door moet komen, zoals kaarsjes
aandoen, gezond eten, bewegen en positieve gedachten oproepen. Joh! Alsof je dat zelf niet kunt bedenken. Maar
juist het nut daar totaal niet van in zien en daar helemaal geen zin in hebben
is precies de kern waar het allemaal om draait als je in een echte depressie
beland bent.
Blue Monday heeft helemaal
niets te maken heeft met volksziekte nummer zoveel maar is slechts bedacht met één
of andere vage formule, om in te zetten als marketingtrucje. Toch juich ik de
pogingen die nu gedaan worden om de ziekte bespreekbaar te maken zeker toe.
Maar laten we dat niet alleen op een maandag in januari doen. Dat kan ook prima
op een donderdag in juli. Met een zonnetje.
donderdag 11 januari 2018
Met een gast aan tafel
De tweede dag van het nieuwe jaar. Ik zit midden in een opruim en weggooi
sessie als mijn jongste van achter zijn playstation voorstelt om ergens een
tosti te gaan eten. Eigenlijk komt het nu verdraaid slecht uit maar zijn
vrolijke kop trekt mij over de streep.
Zo zitten we even later op het terras van bakkerij Van Esch in de Liekeblom. Mijn zoon achter een beker warme chocolademelk met slagroom, de tosti warmt nog in het ijzer. In deze maand van goeie voornemens neem ik een bescheiden cappuccino en schuif ik mijn koekje richting mijn zoon. Het gesprek komt op zijn opa en oma die hij nooit gekend heeft. Op mijn opmerking dat dit best jammer is zegt hij dat dit minder erg is, juist omdat hij ze niet gekend heeft en dan: 'Die choco is heet joh!' Ik pak mijn telefoon om een paar notities te maken. 'Schrijf je alles op wat je hoort en ziet? Dan moet je erg oplettend zijn',concludeert hij. 'Niet alles, alleen als het mij raakt', antwoord ik. ’Als je de top 2000 luistert ben je niet oplettend', gaat hij verder. Ik snap dat ik met oortjes niet super toegankelijk ben en in die zin geef ik hem gelijk.
Na de versnaperingen gaan we nog even langs de supermarkt. Mijn zoon blijft bij de fietsen en ik beloof dat ik snel terug ben. Die belofte kan ik niet houden als ik bij de kassa sta te wachten en er voor in de rij een vrouw bezig is om haar overvolle kar uit te pakken. De man die achter haar staat schampert: 'Ik dacht dat de feestdagen voorbij waren.' Met 'Inderdaad, alles is weer op hè?' geeft ze hem lik op stuk. Als ik me weer bij mijn zoon heb gevoegd en mijn portemonnee bovenop mijn boodschappen in de open fietstas leg zegt hij dat ik dat beter niet kan doen. ‘Gast, jij kan echt niet nadenken hè?' geeft hij me nog mee.
Onoplettend, onnadenkend of verstrooid, laat het allemaal waar zijn. Zijn directheid, observatievermogen en nuchtere kijk ontgaan mij in ieder geval niet.
Zo zitten we even later op het terras van bakkerij Van Esch in de Liekeblom. Mijn zoon achter een beker warme chocolademelk met slagroom, de tosti warmt nog in het ijzer. In deze maand van goeie voornemens neem ik een bescheiden cappuccino en schuif ik mijn koekje richting mijn zoon. Het gesprek komt op zijn opa en oma die hij nooit gekend heeft. Op mijn opmerking dat dit best jammer is zegt hij dat dit minder erg is, juist omdat hij ze niet gekend heeft en dan: 'Die choco is heet joh!' Ik pak mijn telefoon om een paar notities te maken. 'Schrijf je alles op wat je hoort en ziet? Dan moet je erg oplettend zijn',concludeert hij. 'Niet alles, alleen als het mij raakt', antwoord ik. ’Als je de top 2000 luistert ben je niet oplettend', gaat hij verder. Ik snap dat ik met oortjes niet super toegankelijk ben en in die zin geef ik hem gelijk.
Na de versnaperingen gaan we nog even langs de supermarkt. Mijn zoon blijft bij de fietsen en ik beloof dat ik snel terug ben. Die belofte kan ik niet houden als ik bij de kassa sta te wachten en er voor in de rij een vrouw bezig is om haar overvolle kar uit te pakken. De man die achter haar staat schampert: 'Ik dacht dat de feestdagen voorbij waren.' Met 'Inderdaad, alles is weer op hè?' geeft ze hem lik op stuk. Als ik me weer bij mijn zoon heb gevoegd en mijn portemonnee bovenop mijn boodschappen in de open fietstas leg zegt hij dat ik dat beter niet kan doen. ‘Gast, jij kan echt niet nadenken hè?' geeft hij me nog mee.
Onoplettend, onnadenkend of verstrooid, laat het allemaal waar zijn. Zijn directheid, observatievermogen en nuchtere kijk ontgaan mij in ieder geval niet.
zaterdag 30 december 2017
Het jaar dat ik 50 werd
Het eind van het jaar is voor velen een tijd van bezinning en reflectie. De top 2000 doet daar nog een schepje bovenop en zorgt er voor dat naast 2017 het hele leven onder een vergrootglas wordt genomen. Bijna elk nummer herinnert mij er aan hoe oud ik was, wat ik toen deed, met wie ik omging en meestal ook hoe ik mij voelde ten tijde dat het een hit was. Voor mij altijd een bijzondere manier om het jaar af te sluiten.
2017 was in vele opzichten een prachtig jaar. Ik mocht mijn 50e verjaardag en ons 20 jarig huwelijk vieren. Ik schreef over mijn belevenissen en observaties wat resulteerde in een vaste column in de streekkrant. Ik ontwikkelde mij in het schrijversvak door een verdiepingscursus aan de Schrijversvakschool. Het schrijven is een manier van leven geworden, een soort verslaving wat net als bij hardlopers een ultiem geluksgevoel oplevert. Soms zijn het gedachten, soms wil ik een punt maken, soms probeer ik aan te zetten tot denken of schets ik puur een situatie. Maar soms probeer ik ook dingen voor mezelf helder te krijgen door er over te schrijven. Er gebeurt dus van alles tijdens het schrijfproces, wat ik als een verrijking van mijn leven beschouw.
In 2017 had ik lief, had ik verdriet, had ik hoop, werd ik teleurgesteld, ging ik stuk van het lachen, ontmoette ik inspirerende mensen, liet ik mij verrassen, moest ik verwachtingen bijstellen, dacht ik na, kwam ik mezelf tegen en maakte ik herinneringen. Soms alleen, vaak met lieve mensen om mij heen. Dit maakte 2017 tot een intens mooi jaar waar ik met positieve gevoelens op terugkijk.
Ik ben klaar voor 2018!
Wat, als…?
Donderdagmiddag,
even na vijven. Op deze kortste dag van het jaar sta ik eindeloos te wachten op
de vluchtheuvel van de Petrus Campersingel in Groningen. Een lange rij auto's
schuift voorbij en ik sta op scherp. Zodra er ook maar één gaatje ontstaat
schiet ik de weg over richting de bushalte van het UMCG. Tijdens de oversteek
word ik overvallen door een lichte angst als ik mij inbeeld dat ik struikel,
ten val kom en kansloos slachtoffer word van een verkeersongeval. Als ik aan de
overkant ben moet ik een klein gilletje onderdrukken en ben ik enigszins
opgelucht omdat ik veilig ben overgekomen.
Ik krijg dit soort visioenen wel vaker als ik mij als voetganger in het drukke verkeer beweeg. Maar ook thuis, als ik de trap op loop met bijvoorbeeld een mand vol met wasgoed, doemt er zo maar het scenario op dat ik in een onbewaakt ogenblik een misstap maak, dat mijn kin tijdens de noodlanding elke traptrede raakt en dat de val resulteert in gekneusde of gebroken ledematen of nog erger.
Angst dus voor wat er mogelijk mis kan gaan of onverwachts kan gebeuren. Heel soms, na een nachtelijk bezoekje aan het toilet, ren ik als een angsthaas naar mijn slaapplaats terug om te voorkomen dat iemand onder het bed zich aan mijn voeten vergrijpt. Ik ben mij jaren geleden eens lam geschrokken toen mijn partner een geintje dacht uit te halen door achter de slaapkamerdeur zijn opwachting te maken en mij liet schrikken toen ik langs liep.
Die
schrikreactie had ik laatst weer toen er plots voor mijn ogen een achterdeur
van een bestelwagen openzwaaide die mij, ondanks mijn alerte wegduikactie, licht
raakte. De veelvuldige excuses van de
chauffeur nam ik, getergd en onder protest, in ontvangst. In dit geval was ik
nietsvermoedend en zeker niet op voorhand al aan het fantaseren over een
rampscenario, met alle mogelijke gevolgen van dien. Gelukkig kan mijn
reactievermogen nog onverminderd in worden gezet bij situaties als deze. Een
prettige gedachte voor 2018.
woensdag 27 december 2017
Burgerlijk
Tweede kerstdag 2017. Het is de eerste
keer in onze relatiecarrière dat wij op zo'n bonusfeestdag met burgerlijke schaamtegevoelens naar een woonboulevard rijden. Nog
niet het dorp uit worden mijn lachspieren geactiveerd als mijn partner
met een besmuikte grijns ' We kunnen nog terug' uitbrengt.
Als we de parkeerplaats mét verkeersregelaar oprijden zien we dat we niet de enigen zijn die meubels
willen kijken. Wonder boven wonder vinden we nog een plekje en even
later treden we het woonpaleis binnen waar we enigszins gedesoriënteerd in het rond kijken. We slenteren langs de zaken en stappen er een naar binnen. Op zoek naar inspiratie, in eerste instantie voor een kast. Ons oog valt op een exemplaar dat ons beiden aanspreekt. Als we het hout voelen en de deurtjes open trekken duurt het maar heel kort of er staat al een verkoper in onze nek te hijgen met: 'Weet u dat deze kast onderdeel is van een hele serie?' Er staan nog meer meubels boven, ik loop wel even met u mee als u wilt?'
Even later staan we op de bovenverdieping naar de aanverwante artikelen te staren.' Hebt u al veel winkels gehad vandaag?' informeert hij. 'Nee hoor, dit is de eerste, wij vinden het eigenlijk ontzettend burgerlijk' zeg ik glimlachend. 'Ach ja', sputtert de jongeman ongemakkelijk en dan: 'Wilt u misschien een kopje koffie?' Als we dat afslaan druipt hij af. 'We gaan hier weg', klinkt het naast me. Als we opnieuw langs de kast lopen en het prijskaartje zien weten we zeker dat we gauw de uitgang moeten opzoeken. Ook in de andere zaken vallen de meeste meubels niet in onze prijsklasse en na het snaaien van een paar kerstkransjes, die her en der op een dienblad worden aangeboden, verlaten we het pand.
Even later staan we op de bovenverdieping naar de aanverwante artikelen te staren.' Hebt u al veel winkels gehad vandaag?' informeert hij. 'Nee hoor, dit is de eerste, wij vinden het eigenlijk ontzettend burgerlijk' zeg ik glimlachend. 'Ach ja', sputtert de jongeman ongemakkelijk en dan: 'Wilt u misschien een kopje koffie?' Als we dat afslaan druipt hij af. 'We gaan hier weg', klinkt het naast me. Als we opnieuw langs de kast lopen en het prijskaartje zien weten we zeker dat we gauw de uitgang moeten opzoeken. Ook in de andere zaken vallen de meeste meubels niet in onze prijsklasse en na het snaaien van een paar kerstkransjes, die her en der op een dienblad worden aangeboden, verlaten we het pand.
Dit jaar miste ik de jaarlijkse toespraak van Alexander. Ik moest het deze kerst doen met de mededeling van mijn partner die, nadat hij van het toilet kwam, naar eigen zeggen een mooie kerstboodschap had gebracht. Niks burgerlijks is ons vreemd. Zo maar even het gourmetstel naar de zolder brengen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



